← Terug naar blog

Meerdere btw-tarieven: zo reken en boek je ze in je leisurebedrijf

30 oktober 2026
Meerdere btw-tarieven: zo reken en boek je ze in je leisurebedrijf

In een leisurecentrum heb je bijna altijd met meerdere btw-tarieven te maken. Een lasergamepotje in je eigen hal valt onder 9%, een overnachting sinds 2026 onder 21%, en dezelfde activiteit op het terrein van een klant kan ineens ook 21% zijn. Zitten die onderdelen in één boeking, dan reken je de btw per onderdeel uit, zet je ze per tarief apart op de factuur en boek je ze apart in je administratie. Hieronder lees je welke tarieven er zijn, welk tarief bij welk onderdeel hoort, hoe je een arrangementsprijs eerlijk splitst en hoe je fouten voorkomt (of herstelt).

Raxbooker
Houd btw per activiteit overzichtelijk
Raxbooker is een boekingsplatform voor leisurebedrijven, passend bij inzicht in activiteiten en boekingen met verschillende btw-tarieven.
Bekijk Raxbooker

Kort samengevat

  • Nederland kent drie btw-tarieven: 21% (algemeen), 9% (verlaagd) en 0%. Daarnaast bestaat de btw-vrijstelling, en die werkt anders dan 0%.
  • Georganiseerde recreatie op een locatie die permanent voor vermaak is ingericht, en actief sporten in een sportaccommodatie, vallen onder 9%. Doe je dezelfde activiteit elders, dan geldt 21%.
  • Logies valt sinds 1 januari 2026 onder 21%. Een all-in arrangement met overnachting en activiteit splits je daarom op basis van de marktwaarde van elk onderdeel.
  • Op één factuur of bon met meerdere tarieven vermeld je per tarief het bedrag en de btw. Je boekt per tarief een aparte regel en je controleert de afronding.
  • Heb je het verkeerde tarief gerekend? Te veel berekende btw moet je in principe gewoon afdragen. Herstellen kan alleen onder voorwaarden, dus pak het snel op.

Inhoudsopgave

De btw-tarieven in Nederland op een rij

Volgens het overzicht van btw-tarieven van de Belastingdienst gelden er in Nederland drie tarieven: 21% als algemeen tarief, 9% als verlaagd tarief en 0%. Het nultarief geldt onder meer als je zakendoet met het buitenland, en in sommige gevallen voor de visserij en de bevoorrading van zeeschepen.

Ondernemers halen 0% en btw-vrijstelling nog weleens door elkaar. Voor je klant is het verschil onzichtbaar, want in beide gevallen staat er geen btw op de factuur. Voor jou is het verschil groot:

SituatieBtw op je verkoopVoorbelasting aftrekken
21% (algemeen tarief)21%Ja
9% (verlaagd tarief)9%Ja
0% (nultarief)Geen btwJa
VrijgesteldGeen btwNee

Bij 0% krijg je de btw op je inkopen dus terug. Bij een vrijstelling niet. Heb je naast vrijgestelde ook belaste omzet, bijvoorbeeld passieve zaalverhuur naast begeleide activiteiten, dan moet je je inkoop-btw ook nog verdelen. Over die verdeling kun je het best afspraken maken met je boekhouder of belastingadviseur, want een fout werkt meteen door in je aangifte.

Welk tarief geldt voor welk onderdeel van je aanbod

In de leisure is het tarief vaak geen kwestie van de activiteit zelf, maar van waar en hoe je hem aanbiedt. Hieronder staan de situaties die we in de praktijk het vaakst tegenkomen, met het tarief zoals de Belastingdienst dat beschrijft.

OnderdeelTariefWaar het om draait
Toegang tot attractiepark, speeltuin of siertuin9%Minimaal 2 maanden per jaar achter elkaar open, recreatie staat voorop
Georganiseerde recreatieve activiteit op je eigen, permanent ingerichte locatie9%Locatie speciaal en permanent ingericht voor vermaak en dagrecreatie
Dezelfde activiteit op een andere locatie (bij de klant, op een gehuurd veld)21%Geen permanent ingerichte locatie
Gelegenheid geven om actief te sporten in een sportaccommodatie9%De klant sport zelf actief
Passieve verhuur van een ruimte of gebouwIn principe vrijgesteldJe stelt alleen de ruimte beschikbaar
Diensten van een sportorganisatie zonder winstoogmerkKan vrijgesteld zijnNauw verbonden met sportbeoefening
Logies (overnachting)21%Sinds 1 januari 2026

Wanneer je 9% mag rekenen op recreatie

De Belastingdienst noemt voor attractieparken, speeltuinen en siertuinen twee voorwaarden voor het verlaagde tarief. De accommodatie is minimaal 2 maanden per jaar aaneengesloten open en het recreatieve aspect staat voorop. Dezelfde pagina zegt ook dat georganiseerde recreatieve activiteiten onder 9% vallen als ze plaatsvinden op een locatie die speciaal en permanent is ingericht voor vermaak en dagrecreatie, of in een sportaccommodatie. Organiseer je zo'n activiteit op een andere plek, dan geldt 21%.

Voor een outdoorbedrijf of een escape room met een mobiele variant heeft dat directe gevolgen. Bij jou in de hal reken je 9%. Breng je dezelfde game naar het kantoor van een bedrijf, dan reken je 21%. Beide producten krijgen in je systeem dus een eigen tarief, ook al heten ze bijna hetzelfde. Meer voorbeelden per type activiteit vind je in ons artikel over btw op vrijetijdsactiviteiten.

Sporten, sportaccommodaties en verhuur

Als je klanten de gelegenheid geeft om actief te sporten in een sportaccommodatie, valt dat onder 9%. Volgens de Belastingdienst geldt dat ook als je een sportaccommodatie beschikbaar stelt voor actieve sportbeoefening. Passieve verhuur van een onroerende zaak is daarentegen in principe vrijgesteld. Verhuur je een zaal voor een bedrijfspresentatie, dan zit je dus in een andere categorie dan wanneer je een padelbaan verhuurt.

Ben je een sportorganisatie zonder winstoogmerk, dan kunnen diensten die nauw samenhangen met sportbeoefening vrijgesteld zijn, ook als je ze levert aan niet-leden. Of jouw organisatie daaronder valt, hangt af van je rechtsvorm en je winstbestemming. Laat dat beoordelen door een fiscalist voordat je je tarieven aanpast.

Overnachtingen: sinds 2026 tegen 21%

Voor bedrijven met vakantiehuisjes, groepsaccommodaties of een hotel naast de activiteiten is dit de grootste verandering van de afgelopen jaren. De Belastingdienst meldt dat logies vanaf 1 januari 2026 onder het algemene tarief van 21% valt. Vroeger zaten overnachting en activiteit vaak allebei op 9%. Nu verschillen de tarieven, en daardoor is bijna elk arrangement met overnachting een boeking met meerdere btw-tarieven geworden.

Arrangementen: een totaalprijs splitsen over twee tarieven

Verkoop je een pakket voor één prijs, dan mag je niet het hele bedrag tegen één tarief afrekenen. Volgens hetzelfde nieuwsbericht over logies verdeel je de vergoeding bij een all-in prijs voor logies en afzonderlijke faciliteiten in een deel tegen 21% en een deel tegen 9%. Die verdeling maak je door de marktwaarden van de afzonderlijke onderdelen te vergelijken.

Splitting an arrangement price by VAT rate

Rekenvoorbeeld: weekendarrangement

Stel: je verkoopt een arrangement voor €120,00 per persoon, inclusief btw. Daarin zitten een overnachting en een begeleide activiteit op je eigen terrein. Los verkoop je de overnachting voor €100,00 en de activiteit voor €50,00, samen €150,00.

  1. Bepaal de verhouding. De overnachting is 100 van de 150, dus twee derde. De activiteit is 50 van de 150, dus een derde.
  2. Verdeel de pakketprijs. Twee derde van €120,00 is €80,00 voor de overnachting. Een derde is €40,00 voor de activiteit.
  3. Reken de btw uit het bedrag inclusief btw. Overnachting: €80,00 × 21/121 = €13,88. Activiteit: €40,00 × 9/109 = €3,30.
  4. Tel op. De btw per persoon is €17,18.

Ter vergelijking: zou je het hele pakket tegen 21% afrekenen, dan draag je €20,83 per persoon af. Tegen 9% zou dat €9,91 zijn, en dat is te weinig. Bij een groep van 40 personen scheelt die eerste fout al ruim €145 aan btw die je onnodig afdraagt. De tweede fout levert een naheffing op.

Maak je pakketten met maaltijden erbij, dan wordt het nog belangrijker om per onderdeel een marktwaarde vast te leggen. Het verschil tussen bijvoorbeeld all inclusive en volpension laat goed zien hoeveel losse onderdelen er in één totaalprijs kunnen zitten. Voor jou geldt dat elk onderdeel zijn eigen tarief en eigen marktwaarde heeft. Leg die marktwaarden vast in je prijslijst en werk ze bij als je losse prijzen verandert, want de Belastingdienst kan vragen hoe je tot je verdeling bent gekomen.

Rekenvoorbeeld: weekendarrangement — overview diagram

Meerdere btw-tarieven op één factuur of kassabon

Volgens de Belastingdienst houd je in je administratie rekening met de verschillende tarieven. De meeste afrekensystemen, zoals kassasystemen, splitsen verkopen automatisch naar het juiste tarief. Dat werkt alleen als elk product in je systeem het juiste tarief heeft.

Voorbeeld van een factuur voor een bedrijfsuitje

Een bedrijf boekt voor 20 medewerkers een middag lasergamen in je eigen hal en daarna een workshop op hun eigen kantoor.

OmschrijvingAantalPrijs p.p. excl. btwTotaal excl. btwBtw-tariefBtw
Lasergamen, eigen locatie20€30,00€600,009%€54,00
Workshop op locatie klant20€50,00€1.000,0021%€210,00
Totaal€1.600,00€264,00

Het totaal inclusief btw is €1.864,00. Op de factuur zet je per tarief het bedrag exclusief btw en het btw-bedrag. Eén btw-totaal zonder uitsplitsing is niet genoeg, want je klant moet zijn voorbelasting kunnen controleren en jij moet beide tarieven apart in je aangifte zetten.

Zo voorkom je afrondingsverschillen

Rond je de btw per regel af en tel je daarna op, dan kan dat een cent verschillen met de btw die je over het totaal per tarief berekent. Bij één factuur maakt dat niet uit. Bij duizenden boekingen per jaar gaat het wel opvallen bij de aansluiting van je administratie. Een werkwijze die vaak wordt aangeraden, ook in deze uitleg over facturen met meerdere btw-tarieven:

  1. Maak per btw-tarief en per grootboekrekening een aparte boekingsregel.
  2. Controleer dat de som van alle regels gelijk is aan het factuurtotaal.
  3. Corrigeer een afrondingsverschil, zodat je boeking precies aansluit op het document.
  4. Kies één vaste afrondingsmethode (per regel of per tarief) en gebruik die overal: in je kassa, je boekingssysteem en je facturen.

Komen je facturen rechtstreeks uit je boekingen, dan heb je dit maar één keer goed in te richten. Hoe dat werkt, lees je in facturen uit boekingen automatiseren. Voor zakelijke klanten met inkoopnummers en verzamelfacturen is er ook ons stuk over B2B-facturatie bij boekingen.

Omzet met verschillende tarieven boeken en aangeven

In je aangifte geef je de omzet tegen 21% en tegen 9% in aparte rubrieken op. Wanneer je de btw verschuldigd bent, hangt af van je stelsel. Bij het factuurstelsel bepaalt de factuurdatum in welk tijdvak je de btw aangeeft. Bij het kasstelsel ben je de btw verschuldigd zodra je het geld ontvangt.

Voor leisurebedrijven die veel aanbetalingen en vooruitbetalingen krijgen, is dat geen detail. Een groep die in oktober aanbetaalt voor een kerstuitje in december, valt bij het kasstelsel in een ander tijdvak dan bij het factuurstelsel. Zorg dat je boekingssysteem de aanbetaling ook per tarief splitst. Anders klopt de verdeling tussen 21% en 9% in je aangifte niet.

Lever je goederen tegen verschillende tarieven en pas je het kasstelsel toe, bijvoorbeeld in een winkeltje of bij een kiosk, dan biedt de Belastingdienst drie forfaitaire berekeningsmethoden om de omzet over de tarieven te verdelen. Dat helpt als je kassa niet per tarief splitst. Splitst je kassa wel automatisch, dan heb je de werkelijke cijfers en is een schatting niet nodig.

Kortingen en kortingscodes bij gemengde boekingen

Kortingen maken meerdere btw-tarieven lastiger dan je zou denken. Geef je €50 korting op een arrangement met een overnachting en een activiteit, dan moet je bepalen welk deel van die korting bij 21% hoort en welk deel bij 9%. Als je de korting verdeelt in dezelfde verhouding als de onderdelen, blijft je verdeling consequent en kun je hem uitleggen. Ga je de korting helemaal op het 9%-deel boeken, dan draag je feitelijk te veel btw af. Zet je hem helemaal op het 21%-deel, dan draag je te weinig af.

Voor korting bij betaling op tijd heeft de Belastingdienst aparte regels voor de btw-correctie. Het maakt uit of de korting direct op de factuur staat. Staat hij er niet op, dan kan een aanvullende factuur of een creditfactuur nodig zijn. Werk je met staffels of aparte prijzen voor bedrijven, lees dan ook hoe je zakelijke tarieven instelt en hoe een prijs per persoon doorwerkt in de btw-regels.

Verkeerd tarief gerekend? Zo herstel je het

De Belastingdienst is daar duidelijk over: heb je onterecht btw berekend, dan moet je die toch afdragen. Herstellen kan alleen onder voorwaarden. In de praktijk zie je twee soorten fouten:

  • Te hoog tarief. Bijvoorbeeld 21% gerekend op een activiteit in je eigen hal die onder 9% valt. Je klant heeft te veel betaald en jij hebt te veel afgedragen. Herstel gaat meestal via een creditfactuur en een nieuwe, correcte factuur. Of je de te veel afgedragen btw terugkrijgt, hangt af van de voorwaarden.
  • Te laag tarief. Bijvoorbeeld een arrangement met overnachting in 2026 nog helemaal tegen 9% gefactureerd. Dan heb je te weinig afgedragen. Dat verschil betaal je bij, ook als je het niet meer bij de klant kunt terughalen.

Betreft het meerdere tijdvakken of grote bedragen, schakel dan je boekhouder of een belastingadviseur in voordat je creditfacturen verstuurt. Een suppletie, een correctie op een eerdere aangifte, moet aansluiten op wat je de klant stuurt. Fouten bij het tarief ontstaan bijna altijd op dezelfde plek: een product dat in je systeem nog op het oude tarief staat. Loop na elke tariefwijziging je productlijst na, vooral je arrangementen.

Onze kijk: leg het tarief vast bij het product, niet bij de factuur

We zien in de leisure steeds dezelfde situatie. Het btw-tarief wordt pas bepaald als iemand de factuur maakt, vaak met een rekenmachine ernaast en een Excel met "hoe deden we dit vorig jaar". Dat gaat goed tot het druk wordt, of tot de regels veranderen, zoals bij logies in 2026. Dan blijkt dat tientallen arrangementen nog tegen het verkeerde tarief verkocht worden.

Onze overtuiging is eenvoudig: het tarief hoort bij het product en de locatie, en de verdeling hoort bij het arrangement. Leg je bij elke activiteit vast of hij op je eigen locatie of elders plaatsvindt, en bij elk arrangement welke onderdelen erin zitten en wat hun losse marktwaarde is, dan rekent je systeem de btw-regels uit. Een medewerker hoeft het niet te onthouden. Dat voorkomt fouten, en je ziet in je rapportages meteen hoeveel omzet je per tarief draait.

Onze klanten vertellen ons dat ze minder fouten maken zodra de planning, de offerte, de kassa en de factuur uit één bron komen. Btw is daar een goed voorbeeld van. Eén keer goed ingericht, daarna gewoon goed.

— Bernard

Btw-tarieven per activiteit automatisch goed met RaxBooker

Met de reserveringssoftware van RaxBooker leg je je activiteiten, arrangementen en prijzen op één plek vast. Of je nu één activiteit hebt of honderden arrangementen. Offertes, optie-reserveringen, de kassakoppeling, kortingscodes en vouchers en je rapportages werken met dezelfde gegevens, zodat een boeking met 21% en 9% niet ergens onderweg anders wordt berekend.

Raxbooker

Gebruik je nu een ander systeem? Met onze overstapservice helpen we je over te stappen. Bekijk wat er per activiteitstype mogelijk is of vraag direct een demo aan via de pagina over ons boekingssoftware voor de leisure.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de drie btw-tarieven in Nederland?

Dat zijn 21% (het algemene of hoge tarief), 9% (het verlaagde of lage tarief) en 0%. Het nultarief geldt onder meer als je zakendoet met het buitenland. Een btw-vrijstelling is geen tarief: je rekent geen btw, maar je mag de btw op je kosten ook niet aftrekken.

Wanneer geldt 21% en wanneer 9% voor een activiteit?

Vindt een georganiseerde recreatieve activiteit plaats op een locatie die permanent is ingericht voor vermaak en dagrecreatie, of in een sportaccommodatie, dan geldt 9%. Doe je dezelfde activiteit op een andere plek, zoals bij de klant op kantoor, dan geldt 21%. Overnachtingen vallen sinds 1 januari 2026 onder 21%.

Mag ik een arrangement met één prijs tegen één tarief afrekenen?

Nee, niet als het pakket onderdelen met verschillende tarieven bevat, zoals logies en een activiteit. Je verdeelt de totaalprijs op basis van de marktwaarde van de losse onderdelen en rekent op elk deel het eigen tarief. Leg vast hoe je die marktwaarden hebt bepaald.

Moet ik op een kassabon de btw per tarief vermelden?

Ja, het is gebruikelijk en praktisch om per tarief het bedrag en de btw te vermelden, zodat je administratie en je aangifte per tarief aansluiten. De meeste kassasystemen splitsen dit automatisch, mits elk product het juiste tarief heeft. Zakelijke klanten hebben die uitsplitsing nodig voor hun voorbelasting.

Bronnen

Aanbevelingen